AI Act Documents:

Evaluations and Proceedings Implementing Act

beta

This implementing regulation sets out how the Commission conducts evaluations of general-purpose AI models under Article 92 of the AI Act and how it runs proceedings that may end in a fine under Article 101. It covers the technical means by which providers must grant access to a model, the appointment and selection of independent experts, the opening and closing of proceedings, written observations on preliminary findings, access to the file, the protection of confidential information, and limitation periods. It entered into force on 10 August 2026.

Language

These are the complete, official texts exactly as published in the Official Journal of the European Union. Please report issues to websites@futureoflife.org.

Conduct of Evaluations and Proceedings

Commission Implementing Regulation (EU) 2026/1755 of 20 July 2026

HOOFDSTUK I
Algemene Bepalingen Openen als pagina

Artikel 1: Onderwerp en toepassingsgebied Openen als pagina

Bij deze verordening worden vastgesteld:
(a) nadere regelingen en voorwaarden voor de evaluatie van AI-modellen voor algemene doeleinden, met inbegrip van de nadere regelingen voor de betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen en de procedure voor de selectie daarvan, overeenkomstig artikel 92 van Verordening (EU) 2024/1689;
(b) nadere regelingen en procedurele waarborgen voor procedures in het licht van de mogelijke vaststelling van besluiten overeenkomstig artikel 101, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1689.
HOOFDSTUK II
Uitvoering van Evaluaties en Onafhankelijke Deskundigen Openen als pagina

Artikel 2: Toegang tot AI-modellen voor algemene doeleinden Openen als pagina

1. Indien de Commissie overeenkomstig artikel 92, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1689 een besluit vaststelt waarbij om toegang tot een AI-model voor algemene doeleinden wordt verzocht, worden in dat besluit de technische middelen, instrumenten, componenten en voorwaarden gespecificeerd, met inbegrip van de termijn waarbinnen de aanbieder die toegang moet verlenen. In het besluit kunnen ook minimale technische eisen worden gespecificeerd, onder meer met betrekking tot de prestaties, de latentie en de verwerkingscapaciteit om de evaluatie uit te voeren.
2. De gevraagde toegang is conform de doelstellingen van de evaluatie. Dergelijke toegang kan toegang omvatten via applicatieprogramma-interfaces (API’s), interne toegang, toegang tot de broncode, toegang tot modelgewichten, toegang tot de infrastructuur die wordt gebruikt om het AI-model voor algemene doeleinden te hosten, en toegang om de systeemtoestand te inspecteren en te wijzigen tijdens de interactie met het model. Die toegang kan alle toegangsniveaus omvatten die aan werknemers van de aanbieder worden toegekend, maar is daar niet toe beperkt. Aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden die om toegang wordt verzocht, waarborgen dat de verleende toegang niet wordt onderworpen aan technische of andere beperkingen die een passende evaluatie wezenlijk belemmeren.
3. De Commissie kan van de aanbieder verlangen dat hij alle loggingmaatregelen waarmee de toegang van de Commissie tot het AI-model voor algemene doeleinden kan worden getraceerd of geregistreerd, uitschakelt voor zover dat nodig is om de integriteit en de vertrouwelijkheid van het evaluatieproces te waarborgen.
4. Aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden die overeenkomstig artikel 92, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1689 om toegang wordt verzocht, verlenen die toegang onverwijld en binnen de termijn die is vastgesteld in het overeenkomstig lid 1 genomen besluit, zodat de Commissie toegang heeft tot alle elementen van het betrokken AI-model voor algemene doeleinden die nodig zijn om de doelstellingen van artikel 92, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1689 te verwezenlijken.

Artikel 3: Onafhankelijke deskundigen Openen als pagina

1. Indien de Commissie overeenkomstig artikel 92, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1689 een onafhankelijke deskundige aanwijst om namens haar evaluaties uit te voeren, houdt zij, met het oog op de beoordeling van de onafhankelijkheid van die deskundige van aanbieders van AI-systemen of AI-modellen voor algemene doeleinden overeenkomstig artikel 68, lid 2, punt b), van die verordening, rekening met het bestaan van gedeelde eigendom, governance, beheer, personeel of middelen van de betrokken deskundige, met eerdere aanstellingen om namens de Commissie evaluaties uit te voeren, alsook met het bestaan van een contractuele band tussen de deskundige en de betrokken aanbieder of een andere aanbieder gedurende ten minste de twaalf maanden voorafgaand aan de door de Commissie uitgevoerde evaluatie. De aangestelde deskundige blijft gedurende de gehele termijn van aanstelling onafhankelijk. Iedere aangewezen onafhankelijke deskundige legt een belangenverklaring af in de zin van artikel 10, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/454 van de Commissie 3Uitvoeringsverordening (EU) 2025/454 van de Commissie van 7 maart 2025 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de oprichting van een wetenschappelijk panel van onafhankelijke deskundigen op het gebied van artificiële intelligentie ([PB L, 2025/454, 10.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/454/oj](https://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/454/oj))..
2. Met het oog op de vertrouwelijkheid van zakengeheimen en andere vertrouwelijke informatie verbinden de overeenkomstig artikel 92, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1689 aangewezen deskundigen zich tot het in acht nemen van de vertrouwelijkheid, de integriteit en de beschikbaarheid voor de Commissie van gevoelige informatie waartoe zij op grond van hun aanstelling toegang krijgen, overeenkomstig artikel 78 van Verordening (EU) 2024/1689. Alvorens een deskundige aan te wijzen, neemt de Commissie in aanmerking en beoordeelt zij of de deskundige beschikt over of toegang heeft tot interne en externe informatiebeveiligingsprotocollen. De deskundigen verbinden zich ertoe gedurende de gehele duur van hun aanstelling passende beveiligingsprotocollen in acht te nemen.
3. De deskundigen houden zich aan artikel 339 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
4. Artikel 78, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1689 is van overeenkomstige toepassing op onafhankelijke deskundigen die zijn aangewezen overeenkomstig artikel 92, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1689.
5. Aanbieders kunnen gemotiveerde opmerkingen indienen over de onafhankelijke deskundigen die zijn aangewezen om de evaluatie van hun model uit te voeren, om hun bezorgdheid te uiten over het ontbreken van de in artikel 92, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1689 vastgestelde criteria.
6. De Commissie kan de aanstelling van de onafhankelijke deskundige beëindigen indien:
(a) er zich een materiële wijziging in de in lid 1 bedoelde omstandigheden heeft voorgedaan die ernstige twijfel doet rijzen over de onafhankelijkheid van een onafhankelijke deskundige;
(b) de deskundige verzuimt passende maatregelen te treffen om de vertrouwelijkheid van zakengeheimen en andere vertrouwelijke informatie overeenkomstig lid 2 te waarborgen;
(c) een aanbieder overeenkomstig lid 4 gemotiveerde opmerkingen heeft ingediend die duidelijk en ondubbelzinnig aantonen dat niet aan de criteria van artikel 92, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1689 is voldaan.

Artikel 4: Selectie van onafhankelijke deskundigen Openen als pagina

1. De Commissie benoemt onafhankelijke deskundigen overeenkomstig artikel 92, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1689, na een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling op basis van de in die oproep vastgestelde selectiecriteria. De Commissie kan op basis van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling een permanente lijst van onafhankelijke deskundigen opstellen. De Commissie kan zonder verdere selectieprocedure onafhankelijke deskundigen uit die lijst selecteren.
2. Niettegenstaande lid 1 kan de Commissie onafhankelijke deskundigen rechtstreeks aanwijzen indien de betrokken deskundigen lid zijn van het overeenkomstig artikel 68 van Verordening (EU) 2024/1689 opgerichte wetenschappelijke panel.
3. De Commissie kan ook onafhankelijke deskundigen aanwijzen om namens haar evaluaties uit te voeren volgens een procedure overeenkomstig artikel 167 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad 4Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie ([PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj](https://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj))..
HOOFDSTUK III
Procedures Openen als pagina

Artikel 5: Instelling Openen als pagina

1. De Commissie kan een procedure instellen met het oog op de mogelijke vaststelling van besluiten overeenkomstig artikel 101, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1689 met betrekking tot relevant gedrag van in dat artikel bepaalde aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden.
2. Niettegenstaande lid 1 kan de Commissie haar bevoegdheden overeenkomstig hoofdstuk IX, afdeling 5, van Verordening (EU) 2024/1689 uitoefenen voordat zij overeenkomstig dat lid een procedure instelt.
3. Alvorens een procedure overeenkomstig lid 1 in te stellen, kan de Commissie, op grond van urgentie wegens een risico op ernstige schade aan de gezondheid, veiligheidsvoorschriften of andere onder Verordening (EU) 2024/1689 vallende redenen van algemeen belang, bij besluit voorlopige maatregelen gelasten tegen een aanbieder van een AI-model voor algemene doeleinden, zoals het op basis van een voorlopige vaststelling van een inbreuk op die verordening verhinderen dat een AI-model voor algemene doeleinden op de markt wordt aangeboden.

Artikel 6: Afsluiting Openen als pagina

1. Indien de Commissie na de instelling van de procedure overeenkomstig artikel 5 vaststelt dat er geen redenen zijn om een besluit overeenkomstig artikel 101, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1689 vast te stellen, sluit zij bij besluit de procedure af. Indien de procedure is ingesteld naar aanleiding van een klacht van een aanbieder verder in de AI-waardeketen overeenkomstig artikel 89, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1689, biedt de Commissie de klager de mogelijkheid zijn standpunt toe te lichten alvorens een besluit tot beëindiging van de procedure vast te stellen.
2. De afsluiting van de procedure overeenkomstig lid 1 belet de Commissie niet de procedure bij besluit te heropenen, onder meer indien overeenkomstig artikel 93, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1689 gevraagde maatregelen ondoeltreffend zijn of indien bij besluit overeenkomstig artikel 93, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1689 bindend gemaakte toezeggingen niet worden nagekomen, of indien het in lid 1 bedoelde besluit op onvolledige, onjuiste of misleidende informatie gebaseerd was, of indien er op het niveau van de Unie sprake is van een aanzienlijke wijziging van de systeemrisico’s van het betrokken AI-model voor algemene doeleinden.
HOOFDSTUK IV
Procedurele Waarborgen Openen als pagina

Artikel 7: Schriftelijke opmerkingen over voorlopige bevindingen Openen als pagina

1. De aanbieder tot wie de voorlopige bevindingen zijn gericht overeenkomstig artikel 101, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1689 (de “adressaat”), kan de Commissie schriftelijk, beknopt en in overeenstemming met de in de bijlage vastgestelde vereisten inzake formaat en lengte van documenten, in kennis stellen van zijn opmerkingen over die bevindingen en ondersteunende stukken indienen.
2. De adressaat zendt die opmerkingen toe binnen een door de Commissie vastgestelde termijn van ten minste 21 dagen. De Commissie is niet verplicht rekening te houden met inlichtingen van de adressaat die zij na het verstrijken van die termijn ontvangt.
3. De overeenkomstig lid 1 bij de Commissie ingediende inlichtingen zijn correct en volledig en mogen niet misleidend zijn. De inlichtingen worden op een duidelijke, goed gestructureerde en begrijpelijke wijze gepresenteerd.
4. De in lid 1 bedoelde schriftelijke opmerkingen worden in een van de officiële talen van de Unie opgesteld. Ondersteunende stukken worden ingediend in hun oorspronkelijke taal en gaan, indien de oorspronkelijke taal niet een van de officiële talen van de Unie is, vergezeld van een getrouwe vertaling in een officiële taal van de Unie.
5. Documenten, technische documentatie, broncode of andere inlichtingen worden bij de Commissie ingediend overeenkomstig artikel 14.
6. Overeenkomstig lid 1 bij de Commissie ingediende inlichtingen gaan vergezeld van een schriftelijk bewijs dat de personen die deze inlichtingen verstrekken, gemachtigd zijn om namens de adressaat van de betrokken voorlopige bevindingen op te treden.
7. De Commissie bevestigt de ontvangst van de overeenkomstig lid 1 ingediende inlichtingen onverwijld en schriftelijk aan de adressaat van de betrokken voorlopige bevindingen of aan zijn vertegenwoordigers.

Artikel 8: Toegang tot het dossier Openen als pagina

1. De Commissie verleent de adressaat op zijn verzoek toegang tot het dossier. Toegang tot het dossier wordt niet verleend vóór de kennisgeving van de voorlopige bevindingen overeenkomstig artikel 101, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1689.
2. Bij het verlenen van toegang tot het dossier verstrekt de Commissie de adressaat alle in de voorlopige bevindingen genoemde documenten, onder voorbehoud van weglakkingen overeenkomstig artikel 9, ter bescherming van zakengeheimen of andere vertrouwelijke informatie.
3. Onverminderd lid 4, verleent de Commissie toegang tot alle documenten in haar dossier, zonder enige weglakking, onder de bij besluit vast te stellen voorwaarden van inzageverlening. De voorwaarden voor openbaarmaking worden vastgesteld overeenkomstig het volgende:
(a) toegang tot documenten wordt slechts verleend aan een beperkt aantal gespecificeerde externe juridische en economische adviseurs en externe technische deskundigen die door de adressaat in dienst worden genomen en van wie de namen vooraf aan de Commissie worden meegedeeld;
(b) de gespecificeerde externe juridische en economische adviseurs en externe technische deskundigen zijn ondernemingen, werknemers van ondernemingen of bevinden zich in een situatie die vergelijkbaar is met die van werknemers van ondernemingen; zij zijn alle gebonden aan de voorwaarden voor openbaarmaking;
(c) personen op de lijst van gespecificeerde externe juridische en economische adviseurs en technische deskundigen hebben op de datum van het besluit van de Commissie inzake de voorwaarden van openbaarmaking geen arbeidsrelatie met de adressaat en bevinden zich niet in een situatie die vergelijkbaar is met die van een werknemer van de adressaat. Indien gespecificeerde externe juridische of economische adviseurs of externe technische deskundigen vervolgens tijdens het onderzoek of binnen drie jaar na afloop van het onderzoek van de Commissie een dergelijke relatie aangaan met de adressaat of met andere ondernemingen die actief zijn op dezelfde markten als de adressaat, stellen de gespecificeerde externe juridische of economische adviseurs of externe technische deskundigen de Commissie onverwijld in kennis van de voorwaarden van die relatie. De gespecificeerde externe juridische of economische adviseurs of externe technische deskundigen in kwestie bieden de Commissie ook de garantie dat zij geen toegang meer hebben tot de inlichtingen of de documenten in het dossier waartoe zij overeenkomstig punt a) toegang hebben verkregen en die door de Commissie niet ter beschikking van de adressaat zijn gesteld. Zij bieden de Commissie ook de garantie dat zij aan de in punt d) van dit lid bedoelde vereisten blijven voldoen;
(d) gespecificeerde externe juridische en economische adviseurs en externe technische deskundigen maken de verstrekte documenten of de inhoud ervan niet bekend aan natuurlijke of rechtspersonen die de voorwaarden van openbaarmaking niet hebben ondertekend, en gebruiken geen van de verstrekte documenten of de inhoud ervan voor andere doeleinden dan voor de in artikel 8, lid 10, genoemde doeleinden;
(e) de Commissie specificeert in de voorwaarden voor openbaarmaking de technische middelen voor de openbaarmaking alsook de duur ervan. Inzage kan elektronisch of (voor sommige of alle documenten) in de gebouwen van de Commissie worden verleend.
4. In uitzonderlijke gevallen kan de Commissie besluiten geen toegang te verlenen tot bepaalde documenten of geen toegang te verlenen tot documenten waaruit bepaalde gegevens zijn weggelakt, overeenkomstig de voorwaarden van openbaarmaking als bedoeld in lid 3, indien zij vaststelt dat de schade die de partij die de betrokken documenten heeft ingediend, waarschijnlijk zou lijden als gevolg van inzage volgens de voorwaarden van openbaarmaking, per saldo zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking van het volledige document in het kader van de uitoefening van het recht om te worden gehoord.
5. Het recht op toegang tot het dossier van de Commissie strekt zich niet uit tot vertrouwelijke informatie, correspondentie en interne documenten van de Commissie, het Comité voor artificiële intelligentie, het adviesforum, het wetenschappelijk panel, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en andere bevoegde autoriteiten. Niets in dit lid belet de Commissie om voor het bewijs van een inbreuk noodzakelijke inlichtingen bekend te maken of te gebruiken.
6. De in lid 3 bedoelde gespecificeerde externe juridische en economische adviseurs en externe technische deskundigen kunnen, binnen een week nadat zij toegang hebben verkregen volgens de voorwaarden van openbaarmaking, de Commissie bij gemotiveerd verzoek verzoeken om toegang tot een niet-vertrouwelijke versie van enig document in het dossier van de Commissie dat nog niet overeenkomstig lid 2 aan de adressaat is verstrekt, teneinde die niet-vertrouwelijke versie ter beschikking te stellen van de adressaat, of verzoeken om uitbreiding van de voorwaarden van openbaarmaking tot bijkomende gespecificeerde externe juridische en economische adviseurs of externe technische deskundigen. Deze bijkomende toegang kan slechts bij wijze van uitzondering worden verleend en op voorwaarde dat die onontbeerlijk is voor een goede uitoefening van het recht van de adressaat om te worden gehoord.
7. Voor de toepassing van de leden 4, 5 en 6 kan de Commissie van de partij die de betrokken documenten heeft ingediend, verlangen dat zij overeenkomstig artikel 9 een niet-vertrouwelijke versie verstrekt.
8. Indien zij van oordeel is dat een verzoek overeenkomstig lid 6 gegrond is om te waarborgen dat de adressaat zijn recht om te worden gehoord doeltreffend kan uitoefenen, verzoekt de Commissie de partij die de betrokken documenten heeft ingediend, ermee in te stemmen dat een niet-vertrouwelijke versie ter beschikking van de adressaat wordt gesteld of dat de voorwaarden van openbaarmaking uitsluitend met betrekking tot de betrokken documenten worden uitgebreid tot bepaalde personen of ondernemingen.
9. Indien de partij die de betrokken documenten heeft ingediend hier niet mee instemt, stelt de Commissie een besluit vast waarin de voorwaarden van inzageverlening van de betrokken documenten worden vastgesteld.
10. Documenten die zijn verkregen als gevolg van overeenkomstig dit artikel verleende toegang tot het dossier, worden uitsluitend gebruikt voor de betrokken procedures in het kader waarvan toegang tot die documenten is verleend, of voor gerechtelijke of administratieve procedures inzake de toepassing van Verordening (EU) 2024/1689 in verband met die procedures.
11. De Commissie kan tijdens de procedure te allen tijde in plaats van toegang tot het dossier overeenkomstig lid 3, of in combinatie daarmee, toegang verlenen tot sommige of alle documenten met weglakkingen overeenkomstig artikel 9, lid 3, om onevenredige vertragingen of administratieve lasten te voorkomen.

Artikel 9: Bepaling en bescherming van vertrouwelijke gegevens Openen als pagina

1. Tenzij anders bepaald in Verordening (EU) 2024/1689 of artikel 8 van deze verordening, worden met het oog op de overeenkomstig artikel 5, lid 1, ingestelde procedure door de Commissie verkregen documenten of andere inlichtingen niet openbaar of toegankelijk gemaakt door de Commissie, voor zover die zakengeheimen of andere vertrouwelijke inlichtingen van een natuurlijke of rechtspersoon bevatten.
2. De Commissie stelt de natuurlijke of rechtspersonen die de documenten of andere inlichtingen hebben opgesteld die zij in het kader van een overeenkomstig artikel 5, lid 1, ingestelde procedure heeft verkregen, ervan in kennis dat toegang tot die documenten of inlichtingen kan worden verleend overeenkomstig artikel 8. Indien die personen die documenten of inlichtingen vrijwillig aan de Commissie hebben verstrekt, stemmen zij ermee in dat overeenkomstig artikel 8 toegang tot die documenten en inlichtingen kan worden verleend.
3. Onverminderd lid 2 kan de Commissie van natuurlijke of rechtspersonen die documenten in haar dossier hebben opgesteld, verlangen dat zij de documenten, verklaringen of delen daarvan aanwijzen die volgens hen zakengeheimen of andere vertrouwelijke informatie bevatten, en de natuurlijke en rechtspersonen aanduiden jegens wie die informatie vertrouwelijk wordt geacht. De Commissie kan natuurlijke of rechtspersonen ook een termijn opleggen waarbinnen zij kunnen aangeven welk deel van een besluit van de Commissie volgens hen zakengeheimen of andere vertrouwelijke informatie bevat.
4. De Commissie kan natuurlijke of rechtspersonen een termijn opleggen om:
(a) hun beweringen inzake zakengeheimen en andere vertrouwelijke informatie per afzonderlijk document of deel daarvan te onderbouwen;
(b) de Commissie een niet-vertrouwelijke versie te verstrekken van de documenten waaruit de zakengeheimen en andere vertrouwelijke informatie duidelijk en begrijpelijk zijn weggelakt;
(c) per stuk weggelakte informatie een beknopte, niet-vertrouwelijke beschrijving te verstrekken.
5. Indien natuurlijke of rechtspersonen niet aan lid 3 of lid 4 voldoen, mag de Commissie ervan uitgaan dat de betrokken documenten geen zakengeheimen of andere vertrouwelijke informatie bevatten.
6. Indien de Commissie vaststelt dat bepaalde informatie die volgens een natuurlijke of rechtspersoon vertrouwelijk is, openbaar mag worden gemaakt, hetzij omdat deze informatie geen zakengeheimen of andere vertrouwelijke informatie bevat, hetzij omdat er een hoger belang is bij de openbaarmaking, stelt de Commissie de natuurlijke of rechtspersoon ervan in kennis dat zij voornemens is die informatie openbaar te maken, tenzij zij binnen een week bezwaren ontvangt. Indien de betrokken natuurlijke of rechtspersoon bezwaar maakt, kan de Commissie een gemotiveerd besluit vaststellen waarin de datum wordt bepaald waarna de inlichtingen openbaar worden gemaakt. Dit mag niet eerder dan één week na de datum van de kennisgeving geschieden. Het besluit wordt de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon ter kennis gebracht.

Artikel 10: Verjaringstermijnen voor het opleggen van sancties Openen als pagina

1. De Commissie kan, binnen vijf jaar na de dag waarop die aanbieder die gedragingen heeft vertoond, een besluit vaststellen waarbij aan een specifieke aanbieder van een AI-model voor algemene doeleinden een geldboete wordt opgelegd voor de in artikel 101, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1689 genoemde gedragingen.
2. In geval van een voortgezette of herhaalde gedraging begint de in lid 1 bedoelde termijn van vijf jaar op de dag waarop de gedraging is beëindigd.
3. Enig optreden van de Commissie in het kader van het onderzoek of de procedure ten aanzien van een in artikel 101, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1689 vermelde gedraging stuit de verjaringstermijn voor het opleggen van geldboeten of dwangsommen. Optreden dat die termijn stuit, zijn onder meer:
(a) een verzoek om documentatie of andere inlichtingen;
(b) een verzoek om toegang om modelevaluaties uit te voeren;
(c) een uitnodiging voor een gestructureerde dialoog;
(d) de instelling van een procedure.
4. Na een stuiting van de in lid 1 bedoelde termijn begint de termijn opnieuw. De verjaring treedt echter ten laatste in op de dag waarop een termijn gelijk aan tweemaal de verjaringstermijn is verstreken zonder dat de Commissie een geldboete of een dwangsom heeft opgelegd. Die termijn wordt verlengd met de periode gedurende welke de verjaring overeenkomstig lid 5 is geschorst.
5. De verjaring ter zake van de oplegging van geldboeten en dwangsommen wordt geschorst zolang het besluit van de Commissie bij het Hof van Justitie van de Europese Unie aanhangig is.

Artikel 11: Verjaringstermijnen voor de tenuitvoerlegging van sancties Openen als pagina

1. De bevoegdheid van de Commissie tot tenuitvoerlegging van overeenkomstig artikel 101, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1689 vastgestelde besluiten verjaart na vijf jaar.
2. De termijn gaat in op de dag waarop het overeenkomstig artikel 101, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1689 vastgestelde besluit definitief wordt.
3. De in lid 1 bedoelde termijn wordt gestuit:
(a) door de kennisgeving van een besluit waarbij het oorspronkelijke bedrag van de geldboete of de dwangsom wordt gewijzigd of waarbij een daartoe strekkend verzoek wordt afgewezen;
(b) door enige handeling van de Commissie of een lidstaat op verzoek van de Commissie tot inning van de geldboete of de dwangsom.
4. Na een stuiting van de in lid 1 bedoelde termijn begint de termijn opnieuw.
5. De verjaring voor de tenuitvoerlegging van sancties wordt geschorst zolang:
(a) er een betalingstermijn loopt, of
(b) de tenuitvoerlegging van de betaling is geschorst krachtens een beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie of van een nationale rechterlijke instantie.
HOOFDSTUK V
Algemene en Slotbepalingen Openen als pagina

Artikel 12: Aanvang van de termijnen Openen als pagina

1. Onverminderd lid 2 worden de termijnen uit hoofde van Verordening (EU) 2024/1689 en de onderhavige verordening berekend overeenkomstig Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71.
2. In afwijking van lid 1 gaan de termijnen in op de werkdag die volgt op de gebeurtenis waarnaar de desbetreffende bepaling van Verordening (EU) 2024/1689 of de onderhavige verordening verwijst.

Artikel 13: Vaststelling van termijnen Openen als pagina

1. Indien de Commissie krachtens Verordening (EU) 2024/1689 of de onderhavige verordening een termijn vaststelt, neemt zij alle relevante feitelijke en juridische elementen en alle betrokken belangen in aanmerking, en met name de mogelijkheid voor natuurlijke of rechtspersonen om hun recht om te worden gehoord uit te oefenen, alsook met de doelmatigheid van de procedure of het onderzoek.
2. In voorkomend geval en op gemotiveerd verzoek van de betrokken aanbieder dat vóór het verstrijken van de door de Commissie vastgestelde termijn is ingediend, kan de termijn worden verlengd. Alvorens een dergelijke verlenging toe te staan, beoordeelt de Commissie of het gemotiveerde verzoek voldoende is onderbouwd en of de gevraagde verlenging de onderzoeken of procedures negatief kan beïnvloeden.

Artikel 14: Bezorging en ontvangst van de inlichtingen Openen als pagina

1. De bezorging van documenten of andere inlichtingen aan en door de Commissie geschiedt langs digitale weg. Technische specificaties betreffende de wijze van bezorging en ondertekening kunnen door de Commissie worden verstrekt en gepubliceerd en regelmatig worden bijgewerkt.
2. Documenten die langs digitale weg worden bezorgd, worden ondertekend met ten minste één gekwalificeerde elektronische handtekening die voldoet aan de eisen van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad 5Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG ([PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73](http://publications.europa.eu/resource/oj/JOL_2014_257_R_TOC), ELI: [http://data.europa.eu/eli/reg/2014/910/oj](http://data.europa.eu/eli/reg/2014/910/oj))..
3. Langs digitale weg aan de Commissie bezorgde documenten worden geacht te zijn ontvangen op de dag waarop zij een ontvangstbevestiging heeft verzonden.
4. Voor realtime- of bijna-realtime-informatie die bijvoorbeeld via API’s of andere gelijkwaardige middelen wordt gedeeld, stelt de Commissie de methoden en de duur van die uitwisseling van informatie vast. Alvorens de methoden en de duur te bepalen, kan de Commissie de aanbieder verzoeken andere methoden voor realtime-informatie-uitwisseling voor te stellen.
5. Langs digitale weg aan de Commissie bezorgde documenten en andere inlichtingen worden geacht niet te zijn ontvangen indien zich een van de volgende omstandigheden voordoet:
(a) het document (of delen daarvan) is onbruikbaar;
(b) het document bevat virussen, malware of andere bedreigingen;
(c) het document bevat een elektronische handtekening waarvan de geldigheid niet door de Commissie kan worden geverifieerd.
6. De Commissie stelt de afzender er onverwijld van in kennis indien zich een van de in lid 5 bedoelde omstandigheden voordoet, en biedt de afzender de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn zijn standpunt kenbaar te maken en de situatie recht te zetten.
7. In afwijking van lid 1 mogen documenten in uitzonderlijke omstandigheden waarin digitale bezorging onmogelijk of uiterst moeilijk is, per aangetekende post aan de Commissie worden bezorgd. Deze documenten worden geacht door de Commissie te zijn ontvangen op de dag waarop zij worden bezorgd op het op de website van de Commissie vermelde adres van de verantwoordelijke dienst van de Commissie.
8. In afwijking van de leden 1 en 7 mogen documenten in uitzonderlijke omstandigheden waarin bezorging zowel langs digitale weg als per aangetekende post onmogelijk of uiterst moeilijk is, persoonlijk aan de Commissie worden bezorgd. Deze documenten worden geacht te zijn ontvangen op de dag waarop zij worden bezorgd op het op de website van de Commissie vermelde adres van de verantwoordelijke dienst van de Commissie. De Commissie bevestigt de bezorging middels een ontvangstbevestiging.

Artikel 15: Inwerkingtreding Openen als pagina

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Overwegingen

Overweging 1
Openen als pagina
(1) Overeenkomstig artikel 92, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1689 is de Commissie bevoegd om evaluaties van AI-modellen voor algemene doeleinden te verrichten. Overeenkomstig artikel 92, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1689 is de Commissie bevoegd om onafhankelijke deskundigen aan te wijzen om namens haar evaluaties te verrichten. Overeenkomstig artikel 92, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1689 is de Commissie bevoegd om te verzoeken om toegang tot het betrokken AI-model voor algemene doeleinden via API’s of andere passende technische middelen en instrumenten, waaronder de broncode. Met het oog op de rechtszekerheid en de evenredigheid is het passend van de Commissie te verlangen dat zij de technische middelen, componenten en voorwaarden specificeert waarmee de aanbieder van een dergelijk model die toegang moet verlenen. Verder is het passend de nadere regelingen vast te stellen voor het inschakelen van onafhankelijke deskundigen indien de Commissie besluit dergelijke deskundigen aan te wijzen om namens haar evaluaties te verrichten.
Overweging 2
Openen als pagina
(2) Overeenkomstig artikel 101, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1689 is de Commissie bevoegd om aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden geldboeten op te leggen voor een in die bepaling genoemd handelen of nalaten. Met het oog op de rechtszekerheid en de procedurele waarborgen voor die aanbieders is het passend bepalingen vast te stellen betreffende de instelling en de afsluiting van procedures in het licht van de mogelijke vaststelling van een besluit overeenkomstig artikel 101, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1689. De instelling van een dergelijke procedure moet de mogelijkheid van de Commissie onverlet laten om voorafgaand aan de instelling van een dergelijke procedure een onderzoek in te stellen en om maatregelen te verzoeken.
Overweging 3
Openen als pagina
(3) Overeenkomstig artikel 101, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1689 moet de Commissie, alvorens een besluit overeenkomstig artikel 101, lid 1, van die verordening vast te stellen, de aanbieder van het AI-model voor algemene doeleinden aan wie zij haar voorlopige bevindingen heeft meegedeeld, in de gelegenheid stellen om te worden gehoord, en ondersteunende stukken te verstrekken. Die aanbieders moeten hun standpunt over die bevindingen beknopt schriftelijk kenbaar maken binnen een door de Commissie gestelde termijn, teneinde de efficiëntie en de doeltreffendheid van de procedures enerzijds en de mogelijkheid om het recht om te worden gehoord uit te oefenen anderzijds met elkaar te verzoenen.
Overweging 4
Openen als pagina
(4) Artikel 41, lid 2, punt b), van het Handvest van de grondrechten erkent het recht van eenieder om inzage te krijgen in het hem betreffende dossier, met inachtneming van het gerechtvaardigde belang van de vertrouwelijkheid en het beroeps- en het zakengeheim. De adressaat van de voorlopige bevindingen van de Commissie moet altijd de niet-vertrouwelijke versies van alle in die bevindingen genoemde stukken verkrijgen, maar de Commissie moet per geval een besluit kunnen nemen over de passende procedure voor het verlenen van nadere toegang tot het dossier. Bij het verlenen van die toegang moet zij de bescherming van zakengeheimen en andere vertrouwelijke informatie waarborgen. Zij moet personen die in de loop van de procedure inlichtingen of documenten indienen of hebben ingediend, kunnen verzoeken zakengeheimen of andere vertrouwelijke informatie aan te wijzen. Alvorens deze informatie ter beschikking te stellen van de adressaat van haar voorlopige bevindingen, moet zij per afzonderlijk document beoordelen of, met het oog op een doeltreffende uitoefening van het recht om te worden gehoord, de noodzaak om inzage te verlenen zwaarwegender is dan de schade die een dergelijke inzageverlening zou kunnen berokkenen aan de persoon die de inlichtingen of documenten heeft ingediend,
Overweging 5
Openen als pagina
(5) In het belang van de rechtszekerheid is het passend verjaringstermijnen in te voeren met betrekking tot de mogelijkheid om een geldboete op te leggen overeenkomstig artikel 101, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1689, alsook verjaringstermijnen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van overeenkomstig artikel 101, lid 1, van die verordening opgelegde geldboeten. Die termijnen moeten worden geregeld bij Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad 2Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden ([PB L 124 van 8.6.1971, blz. 1](http://publications.europa.eu/resource/oj/JOL_1971_124_R_TOC), ELI: [http://data.europa.eu/eli/reg/1971/1182/oj](http://data.europa.eu/eli/reg/1971/1182/oj))..
Overweging 6
Openen als pagina
(6) De in deze uitvoeringsverordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor artificiële intelligentie,

Voetnoten

[2] Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden (PB L 124 van 8.6.1971, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1971/1182/oj).
[3] Uitvoeringsverordening (EU) 2025/454 van de Commissie van 7 maart 2025 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de oprichting van een wetenschappelijk panel van onafhankelijke deskundigen op het gebied van artificiële intelligentie (PB L, 2025/454, 10.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/454/oj).
[4] Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).
[5] Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/910/oj).
Compare across languages
Languages: