HOOFDSTUK VII
Governance
Afdeling 1
Governance op Unieniveau
Artikel 64: AI-bureau
1.
De Commissie ontwikkelt deskundigheid en capaciteiten op Unieniveau op het gebied van AI via het AI-bureauAI-bureaude taak van de Commissie waarbij zij bijdraagt aan de uitvoering van, de monitoring van en het toezicht op AI-systemen en AI-modellen voor algemene doeleinden, en AI-governance, als bepaald in het besluit van de Commissie van 24 januari 2024; verwijzingen in deze verordening naar het AI-bureau worden begrepen als verwijzingen naar de CommissieArticle 3(47).
2.
De lidstaten faciliteren de aan het AI-bureauAI-bureaude taak van de Commissie waarbij zij bijdraagt aan de uitvoering van, de monitoring van en het toezicht op AI-systemen en AI-modellen voor algemene doeleinden, en AI-governance, als bepaald in het besluit van de Commissie van 24 januari 2024; verwijzingen in deze verordening naar het AI-bureau worden begrepen als verwijzingen naar de CommissieArticle 3(47) toevertrouwde taken, zoals weergegeven in deze verordening.
3.
Onverminderd de begrotingsprocedure worden aan het AI-bureauAI-bureaude taak van de Commissie waarbij zij bijdraagt aan de uitvoering van, de monitoring van en het toezicht op AI-systemen en AI-modellen voor algemene doeleinden, en AI-governance, als bepaald in het besluit van de Commissie van 24 januari 2024; verwijzingen in deze verordening naar het AI-bureau worden begrepen als verwijzingen naar de CommissieArticle 3(47) voldoende middelen toegewezen om zijn taken doeltreffend uit te voeren en zijn bevoegdheden met betrekking tot de handhaving van deze verordening uit te oefenen.Bestond niet vóór de wijziging.